BIOGRAFIE en INTERVIEW

Naar aanleiding van de serie Zaterdagmiddag concerten in de Nicolaaskerk in Purmerend stond er een informatief interview in de lokale kranten, waarvan hier een samenvatting.

Wim Stroman werd geboren op 31 oktober 1952 te Amsterdam. Als kind was hij al gefascineerd door het orgel en het was het orgelspel van de toenmalig bekende organist Piet van Egmond dat hem deed besluiten zelf ook te gaan orgelspelen. Na orgellessen bij Jan Scholten, indertijd organist van het beroemde Adema-orgel in de Mozes en Aaron kerk in Amsterdam, en Hein Hof volgde een orgelstudie aan het conservatorium te Hilversum bij Haite van der Schaaf en Bernard Winsemius. Inmiddels is Wim organist van de bekende Amsterdamse kerk de ‘Krijtberg’ aan het Singel (“de Kathedraal van Amsterdam”) en organist van de ‘Nicolaaskerk’ aan de Kaasmarkt te Purmerend, alwaar hij naast Jan Jongepier één van de bespelers van het beroemde Garrelsorgel is. De zaterdagmiddag-concerten, die Wim in Purmerend organiseert, zijn de afgelopen jaren uitgegroeid tot een begrip in de regio. Naast de concerten is Wim ook actief als koordirigent van verschillende kerkkoren, en heeft een uitgebreide leerlingenpraktijk.

Wim heeft, zoals hij dat zelf omschrijft, een tomeloos enthousiasme om zichzelf en andere mensen met muziek wat levensgeluk te schenken. Dat was voor Wim Stroman een van de drijfveren om de Zaterdagmiddag concerten in de Nicolaaskerk aan de Kaasmarkt te organiseren. Ieder seizoen, in de periode Mei – September zijn er concerten waarbij diverse organisten, eventueel met instrumentalisten of koren komen optreden. Aanvang van de concerten is om 14:00 uur. ( Zie de concert-aankondiging elders)

Officieel wordt de reeks concerten georganiseerd door het “Comité Muziek in de Nicolaas Purmerend.” Daarachter gaat eigenlijk één man schuil: Wim Stroman, de vaste organist van deze kerk. Hij nodigt de musici uit, verzorgt de publiciteit in kranten. “Op Zaterdag ochtend bel ik dan even met de Radio, RTV-NH, en vertel dan life wat voor concert er die middag in Purmerend plaatsvindt”. ( “Je staat versteld hoeveel mensen dit programma beluisteren!”) Als er een koor optreedt zonder eigen organist, speelt Wim zelf de orgelbegeleidingen, maar hij heeft natuurlijk ook eigen optredens.

Wim Stroman vertelt zelf: “Nadat ik in 2000 organist werd in Purmerend, zag ik meteen de mogelijkheden die deze prachtige Nicolaaskerk heeft te bieden,mede door de centrale ligging aan de Kaasmarkt, midden in het centrum. Op zaterdagmiddag zijn hier veel mensen op de been. En zo ontstond het idee voor de concerten. Het Witte orgel was nèt in gebruik genomen, maar het Garrelsorgel was op dat moment nog niet bespeelbaar.”

Wim vervolgt: “Kerkorgels hebben altijd tot mijn verbeelding gesproken, zowel qua klankmogelijkheden als ontwerp, en met alle toegepaste techniek. Ik kan mij herinneren; als kind op school,hadden wij een juf die een harmonium in de klas had, zij speelde daar liederen op en dan zongen de kinderen mee. Ik weet nog dat ik dan fantaseerde hoe IK dan op dat harmonium zou spelen, en de kinderen laten zingen!”

Het Witte orgel als rode draad
Wim verteld verder: “En dat Witte-orgel hier in Purmerend lijkt toch wel heel veel op het Witte orgel van de voormalige Koepelkerk in Amsterdam, waar ik als kind met mijn ouders vaak was. Dat was het eerste orgel waar ik mee kennis maakte. Henk Loohuys was daar organist. Mijn belangstelling voor orgels bleef thuis natuurlijk niet onopgemerkt, en zo suggereerde mijn vader om ook eens naar de Lutherse kerk aan het Spui te gaan, waar een beroemde organist speelde: Piet van Egmond. Prachtig vond ik het”, blikt Stroman terug. “Een van de liederen, die werden gespeeld, was ‘Ruwe stormen mogen woeden’. De storm was echt hoorbaar door het orgel. Het spel sprak tot de verbeelding. En ook dát was een Witte-orgel. Mijn liefde voor dit instrument is toen alleen maar gegroeid.”

Wim Stroman was brutaal genoeg om contact met Piet van Egmond te zoeken en zijn bewondering voor zijn spel uit te spreken. Wim ontmoette echter nóg een organist, nl. Piet Vijzelaar, organist van de toenmalige Doopsgezinde Kerk aan de Kanaalstraat in Purmerend. Daar stond opnieuw een Witte-orgel. Dat orgel zou later verhuizen naar de huidige Nicolaaskerk aan de Kaasmarkt. De 12-jarige Wim werd door Vijzelaar uitgenodigd om tijdens een dienst naast hem te zitten. Na afloop, toen de kerk leegstroomde, zei Vijzelaar: “Jongen,ik ga even koffie drinken, en het orgel is helemaal voor jou!” en vervolgens sloeg Wim een kwartier lang aan het improviseren.

Stroman verloor in de jaren, die volgden, zowel Vijzelaar als Purmerend uit het oog. De lust tot orgelspelen was echter niet verdwenen. Integendeel. Hij verleende zijn diensten aan diverse kerken in Amsterdam en hij hield er verschillende baantjes op na. Dat laatste gaf hem weinig voldoening. Het was niet wat hij wilde. Hij wilde volledig met muziek bezig zijn. Daarom schreef hij zich op zijn vierentwintigste in bij het Conservatorium in Hilversum en de studie zou zes jaar duren. Het was een dagopleiding en daarom zag hij zich genoodzaakt zijn werkgever te verlaten. Om toch wat geld te verdienen begon hij een lespraktijk. Het was een sprong in het diepe en het pakte allemaal goed uit. De praktijk werd/ en wordt nog steeds druk bezocht. Daarnaast werd hij de vaste organist van de kerk De ‘Krijtberg’ aan het Singel te Amsterdam, een rol die hij overigens al sinds 1972 vervult. Maar hij raakte ook weer in Purmerend verzeild.

“Ik hoorde dat de Doopsgezinde Kerk in Purmerend was gesloten en dat het Witte-orgel naar de Nicolaaskerk aan de Kaasmarkt was verhuisd. In januari 2000 zou het in gebruik worden genomen. Ik bezocht die kerk, ik liep er naar binnen en ik herkende het orgel meteen. En Ik kreeg het gevoel dat ik thuis was gekomen. Achter in de kerk hing een briefje. Daarin stond, dat men op zoek was naar een nieuwe organist. Toeval? Dat zal altijd wel de vraag blijven.” Vast staat in ieder geval dat op dat moment voor Wim Stroman alles op zijn plaats viel. Hij solliciteerde en hij werd uit zes kandidaten gekozen. Zo werd hij na jaren weer samengebracht met hetzelfde Witte-orgel, waarop hij ooit als kleine jongen zat te spelen. “En nu gebeurt het mij ook wel dat er een jonge leerling naast mij op de orgelbank zit. En na afloop zeg ik nu op mijn beurt: ”Jongen, ik ga even koffie drinken, en het orgel is helemaal voor jou.” Het is alleen jammer ik dit niet meer aan Piet Vijzelaar kan vertellen…..”

Van vrijblijvend geëxperimenteer in een lege kerk is nu geen sprake meer. Aan de ene kant is er de orgelmuziek van J.S.Bach, die ik met grote bewondering bestudeer en uitvoer. Aan de andere kant is de uitdaging als organist de liturgie zo goed mogelijk te volgen, en waar nodig lege ruimtes aan te vullen met improvisaties. Ik probeer altijd zo goed mogelijk bij de sfeer in de kerk aan te sluiten. Soms kan het gebeuren dat er plots een stilte valt en er NU iets moet klinken, maar vaak is een improvisatie ook voor te bereiden, bij voorbeeld een uitgebreide slot fantasie over een laatste lied. Ik bereid zoiets altijd voor. Ach, en natuurlijk zijn er nog talloze anekdotes te vertellen, zowel over de orgels, de concerten, of alle kinderen die bij mij muziek komen maken.Wie daar meer over wil horen: Kom maar eens langs in de kerk…..

Terug naar boven