GESCHIEDENIS VAN DE ORGELS IN DE NICOLAASKERK
(Klik op een foto voor een vergroting)
Bij de naam Purmerend denkt men meestal aan een moderne stad met veel flats en laagbouw en een groot winkelcentrum. En dat klopt; het 21e eeuwse Purmerend telt momenteel zo’n 75 duizend inwoners. Maar, de historie van Purmerend gaat terug tot voor 1400.
Bij het slot “Purmersteijn”, gebouwd in 1410, was een nederzetting rond een kruispunt van twee wegen. Dat kruispunt was het hoogste punt van de hele omgeving en precies daar werd een kerkje gebouwd. Dat kruispunt is er nog steeds: dat zijn nu: Padjedijk - Breedstraat, en Hoogstraat - Peperstraat. Dat hoogste punt heet nu: de Kaasmarkt. En op de plek van het toenmalige kerkje staat nu het huidige kerkgebouw.
Na de grote stadsbrand van 1520 werd op deze plek een “driebeukige gotische hallen kerk” gebouwd. En waarschijnlijk rond 1530 is er in die kerk een klein orgel in gebouwd. Heel bijzonder is het natuurlijk dat daar nog een aantal pijpen van bewaard zijn gebleven en die staan in het huidige Garrelsorgel. En
opmerkelijk is het dat een toenmalig Rooms katholiek pastoor: Bernardus Bernardi, in 1566 bij de reformatie met de hele gemeenschap verder ging als
gereformeerd predikant. In de jaren 1739 tot 1742 bouwde Rudolph Garrels een nieuw en groot orgel in de Hallen kerk. Daarbij werd gebruik gemaakt van
pijpen en onderdelen van de daarvoor al aanwezige orgels. Zo rond 1850 was de Gotische hallen kerk zo bouwvallig, dat opknappen niet meer de waard werd
geacht. En zo werd in 1853 de huidige kerk gebouwd, ontworpen door stads architect Scholten. Aan de ene kant jammer dat de gotische kerk gesloopt werd,
aan de àndere kant kenmerkt het huidige gebouw zich door een bijzondere architectuur. Opvallend is natuurlijk: de houten dak constructie. En aan de bogen
dankt deze bouwstijl de naam: “rondbogen stijl”.
In 1971 bij het ontwikkelen van de nieuwe stad Purmerend werd de Hervormde “Groote kerk” aan de Kaasmarkt gesloten. Het Garrelsorgel werd in 1976 uit de
kerk verwijderd en opgeslagen bij orgelbouwer Flentrop in Assendelft. Nadat de kerk 15 jaar heeft dienst gedaan als cultureel centrum “de Koepelkerk”
vond er een kerken ruil plaats: Theater “de Purmarijn” ging verder in de katholieke kerk, en de parochie kon z’n intrek nemen aan de Kaasmarkt,
inmiddels “de Nicolaaskerk” genoemd. En zo lijkt de cirkel rond: Op de plek van het aloude kerkje bevindt zich opnieuw een parochie kerk. Toen dit gebouw opnieuw als kerk in gebruik werd genomen, en het Garrels orgel nog
opgeslagen lag bij orgelmaker Flentrop, was er dus geen orgel aanwezig in deze kerk.
Maar laten we eens naar de drie orgels kijken.
Het Bätz-orgel
Voor het volgende orgel
moeten eerst de luiken geopend worden! Dit instrument werd in 1777 gebouwd door Gideon Bätz. Oorspronkelijk was dit een huisorgel, maar na slechts enkele
jaren is dit instrument op zwerftocht langs verschillende kerken in Nederland gegaan. In 1964 werd het hier in de toen nog Hervormde Grote kerk geplaatst,
op de plek waar zich nu de Maria kapel bevindt.
Na het sluiten van de kerk heeft dit orgel nog twee jaar in de gereformeerde Singelkerk geklonken, voordat het werd opgesteld in de trouwzaal van het voormalig stadhuis hier tegenover aan de Kaasmarkt. In deze periode werd het orgel eigenlijk nauwelijks bespeeld. Gelijktijdig met de ingebruikname van het Garrelsorgel, is het Bätz-orgel opnieuw in deze kerk terug gekeerd en bevindt zich op zijn minstens 11e locatie!! Met recht: “Een kampioen Zwerver” onder de orgels!
Klik hier voor dispositie Bätz-orgel 1777
Het Garrels-orgel
Het is echt een feest om naar te kijken en dat is ook wel de bedoeling, want in de Hanze steden werden in de 18e eeuw diverse orgels gebouwd als status
symbool. Deze instrumenten werden vaak gebouwd in opdracht van de stedelijke overheid, er was nog geen scheiding tussen kerk en staat, en zo prijkt trots
het wapen van Purmerend geflankeerd door twee leeuwen boven op het orgel.
Het zijn vooral de enorme pedaal-torens die het uiterlijk domineren en die het orgel ook een Duitse uitstraling geven. We noemen dit het Hamburgs Prospect.
Interessant is het natuurlijk dat Rudolf Garrels bij de bouw van dit orgel veel materiaal uit het oudere orgel overnam dat toen al in de kerk stond.
Het onderstuk dat naar voren uitsteekt wordt het rugwerk genoemd, en het front hiervan heeft Garrels in z’n geheel over genomen.
De rest van het instrument is als het ware om het oude Rugwerk heen gebouwd. En tussen het Rugwerk en het Hoofdwerk in, is het Borstwerk geplaatst.
Behalve pijpwerk, nam Garrels ook nog Blaasbalgen over. Op één balg staat 1703 als jaartal, en er werden twee windlades overgenomen. Windlades zijn
platte wind-kisten waar de pijpen bovenop staan. De oude Hoofdwerk wind lade zit nu in het rugwerk, terwijl de oude Rugwerk lade nu de basis vormt voor
het Borstwerk. De grootste pijpen die in het front staan, zijn sprekende pijpen, maar sommige, wat kleinere pijpen van het hoofdwerk zijn stom, evenals de
pijpjes naast het borstwerk, die doen niets, en de relatief grote pijpen naast de pedaaltorens zijn niet eens rond, maar precies halfrond, met een platte
achterkant. (en niet metaal maar van hout !!)
Klik hier voor dispositie Garrels-orgel 1742
Het Witte-orgel
Net in die jaren
sloot de Doopsgezinde kerk aan de Kanaalstraat haar deuren, en werd het aldaar aanwezige Witte-orgel aan de Nicolaas parochie geschonken. Na hier in de
kerk te zijn geplaatst, werd het in het jaar 2000 in gebruik genomen. Het Witte-orgel werd gebouwd in 1864, en is vernoemd naar zijn bouwer:
Christian Gottlieb Friederich Witte. Een bekende architect uit die tijd, Dorland, had zowel de Doopsgezinde kerk als het uiterlijk van het Witte-orgel ontworpen. Het ontwerp met de kenmerkende bogen noemt men de rondbogen stijl, en is dezelfde als in de huidige Nicolaaskerk. Vergelijkt men het orgel met de kerk, lijkt het of dit orgel voor deze kerk is ontworpen.
Dat geldt ook voor bepaalde decoraties die zowel in het Witte-orgel als in de kerk te zien zijn!!